Nepnieuws

in Algemeen door

Vooral vanuit Rusland wordt met nepnieuws geprobeerd de Nederlandse publieke opinie te beïnvloeden, schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken in een brief aan de Tweede Kamer.

“Nederland staat in het vizier van onder meer de Russische inlichtingendiensten”, schrijft de D66-minister. Ze noemt de verspreiding van nepnieuws een gevaar voor Nederland.
Ollongren wil om de tafel met media- en technologiebedrijven om dit soort praktijken te voorkomen. “Het kabinet zal in gesprek gaan met deze partijen over hoe (heimelijke) politieke beïnvloeding kan worden tegen gegaan.” De minister verzuimt daarbij uit te leggen waarom politieke beïnvloeding vanuit Rusland ongewenst zou zijn.

Uiteraard mogen meningen van Nederlanders niet op basis van onwaarheden en nepnieuws worden gevormd. Het overgrote deel van onze nieuwsgaring wordt echter niet door Russische, maar door Amerikaanse media beheerst. Zo zijn bedrijven zoals Reuters en AP, bedrijven die ongeveer 80% van al onze internationale nieuwsberichten verzorgen, en daarmee een ongekende machtspositie innemen, Amerikaanse bedrijven.

Het valt niet uit te sluiten dat dergelijke bedrijven evengoed nepnieuws verspreiden. Sterker het recente verleden heeft al uitgewezen dat dergelijke gerenommeerde Westerse mediabedrijven, door de Amerikaanse overheid zijn gebruikt, om valse propaganda te verspreiden. Denk daarbij onder meer aan de berichtgevingen rond de vermeende kernwapens die Irak onder het regime van Saddam Hoessein zou ontwikkelen. Dit, naar later is bevestigd, nepnieuws, werd eveneens ingezet voor, in dit geval, Amerikaanse propaganda en het beïnvloeden van de publieke opinie in onder meer Nederland. Dit nepnieuws was destijds de reden om een inval van het Amerikaanse leger in Irak mee te rechtvaardigen.

De gevolgen van deze Amerikaanse propaganda zijn bekend. Het heeft voor grotere onrust en onstabiliteit in het Midden-Oosten en daarmee de hele wereld gezorgd. Als gevolg hiervan zijn grote stromen met vluchtelingen op gang gekomen die naar Europa trekken. Verder heeft dit enkele valse nieuwbericht een grotere wig geslagen tussen de Islamitische en de Westerse Christelijke wereld. Miljoenen mensen hebben hun huis en zelfs hun thuisland moeten verlaten als direct gevolg van de onrust in het Midden-Oosten.

Destijds is er geen enkele minister opgestaan om zijn of haar verontrusting en verontwaardiging over deze valse Amerikaanse propaganda uit te spreken. Laat staan dat er vanuit het kabinet met media-en technologiebedrijven is gesproken over hoe (heimelijke) politieke beïnvloeding vanuit Amerika kan worden tegen gegaan.  Gezien de grote en onomkeerbare gevolgen van het nepnieuws dat werd gebruikt om de inval in Irak mee te rechtvaardigen, is dit opmerkelijk te noemen.

Met haar uitlatingen over ongewenste Russische inmenging in onze politiek, maakt minister Ollongren zich evengoed schuldig aan onwenselijke propaganda. Zij insinueert immers dat Rusland onze publieke vijand is. Wie zegt evenwel dat de Russische zaak, zo die er al is, minder in ons landsbelang zou zijn dan de Amerikaanse zaak?

Uiteraard is het niet wenselijk dat nepnieuws voor propagandadoeleinden wordt ingezet. Zeker niet als daarbij de valse indruk wordt gewekt, dat dit nieuws van de Nederlandse overheid afkomstig is. Het gaat echter een, nee een legio, bruggen te ver om in reactie daarop maatregelen van media- en technologiebedrijven te verlangen, om propaganda vanuit Rusland tegen te gaan.

Rusland heeft, evengoed als bijvoorbeeld Amerika, het recht om de Nederlandse publieke opinie te beïnvloeden. Als het doel is van de minister om berichtgevingen vanuit Rusland tegen te gaan, dan houdt dit censuur in. Hetgeen weer een rechtstreekse inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vrije nieuwsgaring inhoudt.

Als de minister dus propaganda uit Rusland wil tegengaan, omdat dit de Publieke Opinie in Nederland zou kunnen beïnvloeden, dan zou zij dezelfde maatregelen ten aanzien van berichtgevingen uit Amerika moeten hanteren. In dit laatste geval zal de nieuwsvoorziening in ons land danig uitdunnen. Als gezegd worden meer dan 80% van de internationale nieuwsberichtgeving door Amerikaanse mediaconglomeraten als Thomson Reuters en AP gecreëerd en gedistribueerd. Wellicht kan de minister zich beter druk maken om deze monopolie positie van Amerikaanse bedrijven, dan om sporadische berichtgeving uit Rusland.

Het voorgaande neemt niet weg dat het verspreiden van nepnieuws uiteraard moet worden tegengegaan en dat de verantwoordelijken hiervoor moeten worden berecht. Voorkomen moet echter worden dat er voorafgaande censuur op media wordt toegepast, om de enkele reden dat een nieuwsbericht uit een bepaald land afkomstig is. Ook niet indien dat als propaganda voor dat land kan hebben te gelden.

De overheid dient het aan de Nederlandse bevolking te laten, welke denkbeelden zij tot zich wensen te nemen en wensen te ondersteunen. De overheid hoeft die keuze niet vooraf voor haar bevolking te maken. Ook niet op het gebied van internationale betrekkingen. De Nederlandse bevolking is prima in staat om zich hierover zelf een mening te vormen. Een overheid die enkel berichtgeving uit Westerse landen toestaat, maakt zich bovendien net zo goed schuldig aan eenzijdige propaganda en ongewenste beïnvloeding van de publieke opinie.

Saillant detail in deze is nog, dat minister Ollogren in haar brief, als voorbeeld van nepnieuws, de Russische pogingen noemt om de meningsvorming over de ramp met de MH17 te beïnvloeden. Zo zou er een gefingeerde Russische website zijn waarop “desinformatie” stond over MH17. De site zou de indruk wekken een officiële Nederlandse overheidswebsite te zijn.

De brief van de minister, specificeert niet nader welke website dit zou betreffen. Ook geeft zij geen toelichting op de inhoud van deze website en waarom die inhoud schadelijk zou zijn. Laat staan dat zij vermeldt welke desinformatie de inhoud van de vermeende website omtrent de MH17 zou bevatten. Wel stelt zij vervolgens, dat zij de verspreiding van nepnieuws een gevaar voor Nederland vindt.

Overigens zegt zij met haar brief te voldoen aan de toezegging gedaan door de Minister- President aan het lid van de Tweede Kamer Van Haersma Buma (CDA) in een debat van de Tweede Kamer over de invloed vanuit andere landen op de publieke opinie in Nederland. Destijds wees Buma daarbij naar de mogelijke rol van Rusland bij het Brexit-referendum in het VK en de presidentsverkiezingen in de VS.

Het is dus onder meer fractievoorzitter Van Haersma Buma van het CDA die zich zorgen maakt over nepnieuws uit Rusland. En laat de heer Buma nou net de man zijn die, als fractievoorzitter van het CDA, de hand boven het hoofd houdt van kamerlid Omtzigt. Zelfs nadat is vast komen te staan, dat Omtzigt een nepgetuige, een door hem opgestelde tekst liet uitspreken, tijdens een bijeenkomst over de MH17-ramp met nabestaanden.

Kennelijk staat Buma het wel toe dat het CDA nepnieuws creëert en verspreidt, om de Publieke Opinie mee te beïnvloeden.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*